Een bijzondere wandeltocht een Vierdaagse of een IML-tocht

 

De Camino Del Norte

Een Camino lopen is heel iets anders dan een dagtocht, een Vierdaagse of een IML-tocht.

Het hetzelfde is dat de tochten zijn uitgezet.

Maar verder loop je een camino in Spanje alleen of met partner vriend of vriendin.

Maar je beslist zelf waar je gaat slapen en waar je iets gaat eten of drinken. Je hebt een rugzak nodig voor wat kleding en een slaapzak, een boekje met de route en het aller belangrijkste een Crendencial del Peregrino, dit is een stempelkaart die toegang geeft tot alberges, de herbergen waar je kunt slapen.                                                     

Deze stempelkaart en de routeboekjes zijn te koop bij het “Genootschap van St. Jacob” in Utrecht. 

Wanneer je de route volbracht hebt ga je in Santiago met je Credencial en je paspoort naar het Bureau der Pelegrino. Dan wordt heel goed gekeken of de stempels wel kloppen en krijg je een Compostella.

Er zijn drie grote routes in Spanje en de bekendste is de route Franches, die vanaf St. Jean Pied de Port nog Frankrijk over de Pyreneeën gaat. In september liep ik de camino del Norte die vanaf Irun langs de noordkust naar Santiago loopt

 

Satander

Op woensdag 2 september kwam ik van Santiago met de bus in Satander aan.

https://www.wandelsportmiddelburg.nl/iml-tocht/nieuwe-pagina/iml-tocht-4-groot/?swcreator_edit=main

Ik had negen uur in de bus gezeten en was misselijk.

Ik stapte uit in de ondergrondse parkeerplaats voor de bussen.

Ik wist waar de route liep en waar de herberg was maar totaal niet welke kant dit op was.   

Meteen kwam er een vriendelijk vrouw, Isabelle naar me toe die me mee nam naar haar pension.

Ze wees me de kerk en waar de route liep, dit zijn in de stad vaak schelpen in de stoep.

De volgende dag regende het maar ik ging vol goede moed op weg.

In het begin is het raar om alleen te zijn vooral omdat je nog geen andere pelgrims kent.

Dat is al vlug anders. De eerste dag tref ik ’s avonds al pelgrims waar ik samen mee ga eten.

 

Kloosters

Het leukste vind ik om te slapen in een klooster.

Op de camino del Norte tref ik er nog.

De eerste is in Cobreces het Cistercienzerabdij, Santa Maria de Viaceli.

Voordat ik een stempel krijg wordt gezegd dat het gewenst is dat de pelgrims naar de Vesperdienst om zeven uur gaan. Dat doe ik dan maar want voor acht uur kunnen we nergens iets te eten krijgen.

Ik vind het mooi een dienst met alleen maar oude monniken het hoort bij een pelgrimstocht.

In de abdij is een zaal met stapelbedden die ’s avonds bijna vol is.

De andere morgen ga ik nog naar de winkel van de abdij.

Een monnik weegt kaas af en weet veel over ons koningshuis, Alexander is goed maar dat hij getrouwd is met de Argentijnse Maxima, weet hij niet.

Typerend zeker voor het kloosterleven.

Later slaap ik nog in het klooster van Sobrado dos Monxes.

Ook daar ga ik naar de Vesperdienst en zie daar ook enkele jonge monniken.

In het klooster was het druk maar er is een grote keuken waar de pelgrims zelf kunnen koken en eten.

Toen had ik al kennis gemaakt met de Deense Dorte en Kirsten.

Zij kwamen een dag later in het klooster en wilden daar ook slapen.

Maar er stond een grote spuitauto voor ongediertebestrijding.

Ze vertelde me later dat het klooster gesloten was voor pelgrims wegens bedwantsen.

Meerdere keren op de camino en al in de “Huiskamer” heb ik gehoord over deze plaag.

Gelukkig heb ik niet aan mijn lijf met deze diertjes kennis gemaakt.

 

Prachtige tocht                    

De Camino del Norte is prachtig. Ik liep 560 km en 22 dagen.

Alleen het eerste stuk vanaf Bilbao tot Gijon is veel industrie.

Daar liep ik een dag een etappe waarvan ik wel vijftien km. langs een autoweg moest.

Maar verder prijs ik mezelf gelukkig dat ik zo'n mooie tocht kan lopen.