|
| De Karwendelmarsch op 27 augustus Het gaat gebeuren Op woensdag 24 augustus vertrekken David, Betsie, Bram, Ineke, Magda, Jopie en ik om 5 uur ‘s morgens met het gehuurde busje. We hebben nog twee keer een wandeling gemaakt van ongeveer 53 km. Een keer in de Zak van Zuid-Beveland en noordelijk van Goes en een keer liepen we van Breskens naar Knokke en terug over Retranchement. Voorbereiden om in de bergen te lopen is nu eenmaal niet mogelijk in Nederland. We hebben mooie shirt gekocht en ‘Luctor et Emergo op de voorkant laten drukken op de achterkant staat Karwendelmarsch 52 km. 2011.De Zeeuwse vlaggen hebben we ook paraat. We hebben er zin in en de stemming is steeds prima. De reis verloopt voorspoedig, in Scharnitz, maar een km over de grens van Duitsland, vinden we ons hotel met prima kamers.
Naar de burgemeester. We wandelden naar Seefeld en naar Mittenwald (Duitsland). ’s Avonds bij een spelletje Yatsee maken we een plan voor de andere dag. We gaan de startkaarten halen, doen onze shirts aan, nemen de vlaggen mee en gaan dan de burgemeester begroeten. Natuurlijk vind die burgemeester dat geweldig. We hebben heel veel plezier, tranen over mijn wangen van het lachen en we gaan er van uit dat de mensen op het stadhuis al op ons zitten te wachten. Dus gaan we 26 augustus, na het ontbijt naar het Gemeindeambt. Het Gemeindeambt is een openbaar gebouw waar ook de bibliotheek in is gevestigd. We lopen naar binnen en iemand vraagt of ze iets voor ons kan doen. Ja we willen een foto van ons zevenen. Natuurlijk dat kan, willen we met de burgemeester op de foto? En zo gebeurde het dat we met de burgemeester op de foto staan. Ze vertelt ons dat Scharnitz een plaats is met 1500 inwoners maar een groot grondgebied heeft. Ieder dorp heeft nog zijn eigen burgemeester en eigen identiteit. Wel werken ze samen op het gebied van voorzieningen, ouderen zorg, onderwijs enz. maar een Tiroler, zei ze, is koppig. Ze vindt onze spreuk boeiend en ze geeft ons een speldje met het wapen van Scharnitz. Ze neemt de tijd voor ons en wil ons graag weer zien morgen op de strecke. En wij leerden dat wat je bedenkt gewoon uit komt de andere dag. De Marsch Zes aan de start in Schharnitz. We geven schoenen en een warme trui of jas mee die we in Pertisau aan kunnen doen. We krijgen onze eerste stempel aan de start en moeten er tien zien te verzamelen die dag. Eerst is het nog niet erg klimmen maar na 15 km word het steiler. Dat is niet zo erg maar het begint hard te regenen, de regenjassen moeten aan. Bij de tweede stempelpost, het Karwendelhaus staan twee EHBO-ers op ons te wachten. Ze vragen aan iedereen, “hoe gaat het? ” Ze kijken indringend en wanneer je zegt “goed”, vragen ze nog eens, “werkelijk?” Bij de derde stempelpost de Ahornboden hagelt het. De verzorging is prima we krijgen fruit, soep, brood met kaas en vlees, zo veel we willen. Er is op ongeveer iedere 7 a 8 km een stempelhut. Tussen de derde stempelpost en de vierde gaat het onweren en dat is heel beangstigend. We zitten dan tussen de bergen op een smal pad en de donder weerkaatst. Het lijkt of het onweer tussen de bergen niet weg kan. Wat nu als de bliksem inslaat? We voelen ons heel nietig. Bij de Falkenhutte, de hoogste stempelpost op 1.848 m, we hebben dan ongeveer 28 km gelopen begint het te sneeuwen. Op een recht stuk zijn we al een paar keer aan de kant gemoeten voor een ziekenauto. Ook rijden er motortjes voor vervoer van mensen op stukken waar geen auto kan komen. We hebben nu twee bergtoppen gehad en moeten nu hoofdzakelijk naar beneden naar Engalm op 35 km. We krijgen nog een keer brood en soep en besluiten vlug door te lopen omdat het te koud is. Onze handen zijn gevoelloos, sommigen hebben dode vingers. We glibberen over keien, het is bij iedere stap goed uitkijken. We prijzen ons gelukkig dat we onze stokken hebben. Dit is een pad waar niemand je kan helpen als je valt. Het blijft hard regenen. Engalm is 35 km gelopen wanneer je daar niet voor drie uur bent mag je niet verder lopen. Omdat ik nooit naar tijd kijk, heb ik geen idee hoe laat het is. Ik ben nat en heb het koud en kan alleen maar denken aan liggen onder een warm dekbed. Maar in Engalm roepen ze om dat de mars hier voor iedereen ten einde is. Eerst keken de mensen van de organisatie, hoe de conditie was van de deelnemers, hebben ze een lange broek aan, handschoenen, hebben ze droge kleren aan. Maar om half twee werd definitief besloten we stoppen de mars bij Engalm. Het wordt steeds omgeroepen en iedereen kan zijn medaille van 35 km afhalen. Voor ons geen vraag meer” kunnen we door”, want niemand mag nog door. We horen dat deelnemers, die nog niet bij de volgende stempelpost waren, terug gehaald zijn. Kijken nog even naar de top die helemaal wit is en gaan dan naar het cafe. Jopie gaat jagerthee halen die zo sterk is dat ze van de walm maar net met dienblad de tafel haalt. Wat een geluk dan we dan weer al vlug kunnen lachen. Wat een geluk dat de EHBO aluminiumfolie geeft waar we ons in kunnen wikkelen. Wat jammer dat het vervoer van Engalm niet goed geregeld is. Bram en Betsie blijven achter en komen met een andere taxi een half uur later. De afstand van Engalm naar Scharnitz valt ons tegen, het is een uur rijden. Onze tas met slippers en kleren blijven op het eindpunt staan. Gelukkig hebben wij als Karwendelteam onze specialisten. We zetten Jopie in, die de organisatie belt. De tas staat de andere dag in het hotel. De legende lebt vort Op de borden aan de kant van de weg zagen wij De Legende lebt. In de kranten, de andere dag, zien we veel foto’s en een artikel met de kop “ De legende lebt vort”. Voor ons is dat zeker het geval. We hebben gewandeld en hartstikke leuke dagen gehad in Oostenrijk. Er zal nog veel over gepraat worden. Anneke Jakobsen ![]() ![]() |
|